Welkom! Inloggen
Hoofdmenu
Inloggen
Gebruikersnaam

Wachtwoord


Wachtwoord vergeten?

Zoeken

Uitgebreid zoeken

Wantrouwen (geschreven: 04 / 03)

Niels Posthumus | 1 april 2008 @ 18:57 (Views: 698)

‘He has just been very lucky. Nelson, mijn vaste taxichauffeur gedurende de eerste week in Johannesburg, reageert geïrriteerd als ik vraag wat hij van zijn beroemde naamgenoot Mandela vindt. ‘Er waren hier in Zuid-Afrika veel slimmere mensen dan hij. Steve Biko bijvoorbeeld, of Robert Sobukwe.’ Nelson glimlacht, zoals hij eigenlijk altijd lacht. Het maakt niet uit waar we het over hebben, wat er gebeurt, wat ik zeg of wat hij ziet, of het grappig is of juist diep bedroevend, Nelson lacht, zoals waarschijnlijk alleen Afrikanen kunnen lachen om ellende. ‘Maar Biko en Sobukwe zijn dood, Mandela leeft nog,’ gaat hij verder. ‘Dat is zijn geluk. Daarom is hij een held. You understand? Hij is de enige die nog over is. Hij krijgt te veel eer. Tijdens de struggle zat hij niets te doen op Robben Eiland. Wij gingen met gevaar voor eigen leven de straat op om hem vrij te krijgen.’

Nelson prikt zijn 23-jaar oude, beige Volkswagen nog net voor een aanscheurend taxibusje op de rijstrook rechts van ons. Het verkeer in Johannesburg is hectisch. Auto’s schieten kriskras door elkaar, schijnbaar besluiteloos steeds van rijstrook wisselend. Nelson en ik zijn op weg naar Midrand, een suburb iets ten noorden van de stad. Ik ga er een testrit maken in de Toyota Conquest die ik wil kopen. Zo snel mogelijk het liefst. Want zonder auto kom je nergens in deze metropool. Afstanden zijn groot, zelfs binnen een wijk. ‘Op een dag rij je in deze stad met gemak honderd tot tweehonder kilometer,’ zegt Michael, een stagiair bij The Star. Hij overdrijft niet.

‘Xhosa als Mandela hebben het gevoel dat zij, en zij alleen, Zuid-Afrika uit het moeras van de apartheid hebben getrokken,’ legt Nelson uit. ‘En ze zijn vaak hoger opgeleid dan de leden van andere donkere Zuid-Afrikaanse bevolkingsgroepen. Maar maakt dit dat zij meteen overal beter in zijn? Moeten zij het daarom overal automatisch voor het zeggen hebben? Ik denk het niet, maar zelf vinden ze van wel. Xhosa zijn arrogant en manipulatief.’

Zo wordt het presidentschap volgens Nelson van Xhosa op Xhosa doorgegeven. ‘Mandela schoof Thabo Mbeki in de jaren negentig als ANC-leider naar voren. Daar kwam geen democratische verkiezing aan te pas.’ Wellicht heeft mijn taxichauffeur hier een punt. ‘Mandela zat samen met Thabo’s vader, Govan Mbeki, gevangen op Robben Eiland,’ gaat hij verder. ‘Het was dus een vorm van vriendjespolitiek. Maar belangrijker was nog dat Mbeki net als hij een Xhosa is.’ Ik breng hier tegen in dat nu waarschijnlijk Jacob Zuma aan de macht zal komen. Een Zulu. Maar daar gelooft Nelson vooralsnog niets van. ‘Waarom denk je dat ze zo veel moeite doen om hem achter de tralies te krijgen. Mbeki probeert ruimte te creëren om opnieuw een Xhosa als opvolger te benoemen.’ Ik heb zo’n vaag voorgevoel dat Nelson zelf geen Xhosa is. ‘Nee,’ antwoordt hij, lachend uiteraard. ‘Tswana. Ook heel slimme mensen, alleen minder goed opgeleid.’

We komen terecht in een file. Het is half drie ’s middags. Ik kijk uit het raam. Overal vinden mijn ogen groen. Parken hebben zich gedurende de rit aaneengeregen en in woonwijken steken takken uit boven beveiligingsmuren. Tuinen zijn enorm. Eindeloze rijen bomen schermen de weg af. Planten en bloemen staan in hun late zomerbloei. Johannesburg heet ook wel ‘the hidden forrest’.

Terwijl ik naar buiten staar, denk ik aan al het wantrouwen dat ik alleen al deze eerste week in Zuid-Afrika ben tegen gekomen. Wantrouwen tussen Tswana als mijn taxichauffeur en Xhosa zoals zijn beroemde naamgenoot. En al niet minder tussen bijvoorbeeld Zulu en kleurlingen, of blanken en Indiërs. Het land is met vooroordelen en angst voor ‘de ander’ doordrenkt, al is apartheid veertien jaar geleden officieel afgeschaft. De herinnering is echter nog vers. Of Nelson wel eens naar het apartheidsmuseum is geweest? ‘No my friend. Alles wat jij daar ziet, zie ik nog hier.’ En hij tikt lachend met zijn linker wijsvinger tegen zijn hoofd.

‘Het probleem is dat iedereen elkaar de hele tijd van racisme beschuldigt,’ zegt Lindy, de Zuid-Afrikaanse vriendin van mijn NiZA-collega Bram. We zitten met z’n drieën op een terras in de wijk Greenside te eten. Het is waar. Alles wat ook maar de schijn van racisme opwerpt, wordt enorm opgeblazen en breed uitgemeten. Bijna alles wordt er aan gerelateerd. Zowel door blanken als door de donkere inwoners van het land.
Een blanke jongen die een zwarte leeftijdsgenoot doodschiet: een racistische moord volgens het gekleurde deel van de bevolking. Jacob Zuma die een exclusieve ontmoeting heeft met de bond voor zwarte journalisten: de niet toegelaten blanke collega’s brengen de zaak voor de mensenrechtencommissie.
‘We hebben hier te maken met omgekeerde apartheid,’ legt de blanke geblondeerde vrouw op leeftijd waarvan ik de Toyota koop mij uit. Haar gouden armbanden rinkelen als ze druk gebaart bij haar verhaal. ‘Ga je werken bij The Star?’ Ze vraagt het cynisch. ‘Bijzonder dat ze je hebben aangenomen; Je bent niet eens zwart.’

Maar staat het iemand niet vrij om te beslissen wie hij uitnodigt bij een besloten bijeenkomst? Is dan niet ook elk exclusief interview een vorm van ongelijke behandeling? Moet je je hierover überhaupt wel zo druk maken? En het motief voor veel moorden is toch ook racisme? Of moet je misschien eerst eens rustig kijken wat de motieven van de dader allemaal zouden kunnen zijn, alvorens meteen van één bepaalde mogelijkheid uit te gaan? Het zijn de vragen die de eerste week Zuid-Afrika oproepen.

‘Wat zei hij?!’ Nelson giert het uit. Ik heb hem net verteld wat er tijdens mijn testrit in de Toyota gebeurde: Ik rij samen met Morné, een jonge bijrijder van Autobay – de Zuid-Afrikaanse Wegenwacht –, een rondje door Midrand. Morné blijkt een aardige kerel en we praten het honderd uit. Plotseling steekt er een zwarte man de weg over, vlak voor de auto. Ik moet scherp remmen. ‘You have to watch out all the time,’ hoor ik mijn bijrijder waarschuwen. ‘Because those people, they can’t see depth.’ Ik kijk hem ongelovig aan, hopend dat ik hem verkeerd heb verstaan. ‘Nee echt, that’s somehow proven.’

‘Ja, dat soort rare gedachten leven nog altijd bij sommige blanken,’ zegt Nelson. Hij hinnikt nog wat na. ‘Het is onvoorstelbaar.’ Toch zou hij graag zien dat er weer wat meer blanken op belangrijke posities terecht zouden komen. Simpelweg omdat zij voor veel banen beter zijn opgeleid. Het is een argument dat veel economen onderschrijven. Zuid-Afrika heeft als gevolg van positieve discriminatie te maken met een enorme braindrain. Hoogopgeleide blanken vertekken naar Groot-Brittannië en vooral naar Australië. De concurrentie onder emigratiebureaus is moordend. Ze maken reclame langs de weg.

Ook Michael, de stagiair bij The Star, wil weg. Hij heeft zijn bachelor in politicologie en journalistiek en is al een half jaar op zoek naar werk. Hij vertelt dat hij nu al vier keer is afgewezen voor een baan, alleen maar omdat de mediabedrijven in kwestie per se een gekleurde werknemer moesten aannemen. Die hebben voorrang. ‘Dat ze alle vier geen enkel diploma bezaten, deed er niet toe. Voor blanken is het bijzonder moeilijk werk vinden,’ klaagt hij.

Het is wel degelijk een terechte klacht. Ik zou hier als blanke ook niet graag op banenjacht gaan. Al heeft Nobelprijswinnaar Desmond Tutu natuurlijk ook wel weer gelijk als hij schrijft: ‘Jarenlang was het zwarten verboden om bepaalde banen te hebben die gereserveerd waren voor blanken, maar vandaag de dag gaan [juist die blanken] tekeer tegen de voorkeursbehandeling.’

‘We moeten de blanken hun wandaden uit het verleden niet blijven nadragen,’ vindt Nelson echter. ‘Dat is niet eerlijk. Bovendien waren de meeste van hen zelfs ten tijde van de apartheid al helemaal niet slecht. Het was het system dat hen vergiftigde.’ Ook Mandela hamert hierop in zijn autobiografie. ‘En dat maakt dus dat zij soms nog steeds de meest idiote dingen geloven. Zoals de gedachte dat blacks geen diepte zouden kunnen zien.’ Zijn opnieuw opkomende lach werkt aanstekelijk.

Kleddernat van het zweet stap ik uit bij een shopping mall op steenworp afstand van mijn hostel. Opnieuw word ik getroffen door de rassensegregatie nieuwe stijl. Waar in het centrum van Johannesburg nauwelijks een roze-verbrande huid te zien is, worden deze dure shopping malls in de suburbs juist bijna exclusief door blanken bevolkt. De enige donkere mensen die je hier ziet, zijn de obers in de restaurants, de cassières in de winkels en de schoonmakers op de roltrappen.

Ik gris nog snel even de middageditie van The Star mee. ‘609 seconds video of shameless race hate’, kopt mijn werkgever. Vier studenten van de University of the Free State hebben een film gemaakt waarin zij de oude, zwarte schoonmakers van hun blanke studentenhuis soep laten eten waarin zij net hebben geürineerd. Dit als reactie op het besluit van het universiteitsbestuur hun huis ook open te stellen voor donkere studenten. Het is volgens de makers een pamflet tegen culturele integratie.
Op de website van het huis zegt bewoner Gustav Buys: ‘The reason why people are making such a noise about integration is because if there is one or another culture that comes into the residence, it is like a cancer in a healthy body.’

Aartsbisschop Desmond Tutu schrijft: ‘We zullen de slopende erfenis van apartheid nog lange dagen met ons mee moeten dragen. Niemand bezit een toverstaf waarmee de architecten van het nieuwe stelsel kunnen zwaaien, waardoor we “hopla” van het ene op het andere moment zouden belanden in een soort beloofde land, overlopend van melk en honing.’

Dat blijkt dus maar weer.

‘Schrijf niet alleen op wat je ziet, maar ook wat je er bij voelt,’ drukt de geblondeerde vrouw in Midrand mij op het hart, nadat ik de overdrachtsformulieren van de auto heb ondertekend. Wat ik voel als blanke dus. Ik geef geen antwoord. Ik heb geen flauw idee wat ik voel deze eerste week. Daarvoor is dit land veel te complex. Het enige wat ik weet is dat ik zeker helemaal niets wil voelen als ‘een blanke’.

Plaats een reactie

Sorry, je moet ingelogged zijn om een reactie te plaatsen



Nu in Afrika:


Jojanneke Nieuwnhuis, COTA, Windhoek, Namibië


Merel Meessen, SAPA, Johannesburg Zuid-Afrika

Imke van Hoorn, Mail & Guardian online, Johannesburg Zuid-Afrika

Bram Lammers, The Times, Johannesburg, Zuid-Afrika

Marianne Lamers, Freelance, Johannesburg, Zuid-Afrika


Babeth Knol, Media Monitoring Project, Johannesburg, Zuid-Afrika



Niels Posthumus, The Star, Johannesburg, Zuid-Afrika



Rianne Spit, SAMGI, Kaapstad, Zuid-Afrika



Jorrit Dijkstra, Big Issue, Kaapstad, Zuid-Afrika




Powered by XOOPS 2.0 © 2001-2006
Home | Disclaimer