Welkom! Inloggen
Hoofdmenu
Inloggen
Gebruikersnaam

Wachtwoord


Wachtwoord vergeten?

Zoeken

Uitgebreid zoeken

Rawls in Afrika

Niels Posthumus | 29 april 2008 @ 12:27 (Views: 806)

‘Ik voelde dat ik onder hen niet welkom was. Zoiets gebeurt. Ik ben er aan gewend. Het is niet meer dan alleen een smalend opgetrokken mondhoek, een opmerking die voor mij onverstaanbaar blijft, gevolgd door een lach, een intonatie, een korte toevoeging, een kring die zich met tegenzin opent.’ (Aquasi in ‘De zwarte met het witte hart’, Arthur Japin, 1997)

Er bestaat maar weinig verschil tussen de situatie van prins Aquasi in het Weimar van halverwege de negentiende eeuw, waar destijds langzaamaan het nationalisme en de culturele mythificatie zijn intrede deed die later de sociale en intellectuele basis zou vormen voor het nazisme, en die van Lirandzu in het Pretoria anno 2008…

Het is druk op het rechthoekige plein achter Burnett Street in Pretoria. De cafes die de open ruimte aan vier zijden insluiten, hebben stoelen, tafels en zelfs leren banken buitengezet. Het is er lawaaierig. Dronken, bleke studenten schreeuwen elkaar in vriendschap toe. Blonde meisjes in korte rokjes dartelen tussen hen door. Af en toe hoor je ergens een glas vallen. Het is nog warm genoeg om zonder trui buiten te zitten.

Mijn Zuid-Afrikaanse vriendin Lirandzu gaat bier voor ons bestellen. Ik krijg ondertussen een tequila aangeboden van twee jongens uit mijn hostel die we zijn tegengekomen. We nemen plaats op een van de leren banken op het terras. De tijd verstrijkt. Maar Lirandzu komt niet terug.

Na zo’n tien minuten besluit ik maar eens polshoogte te gaan nemen. Als ik de bar binnen kom, zie ik haar staan. De gebruikelijke lach is van haar gezicht geveegd. Ik leg een hand op haar schouder. ‘Can I help you?’ De blanke jongen achter de bar kijkt bewust over het kleine, donkere meisje voor mij heen. Hij doet net alsof hij mijn hand op haar schouder niet ziet.
Ik bestel twee bier, black label, het beste wat in dit land gebrouwen wordt. ‘Zie je, daarom ga ik hier nooit uit,’ sist Lirandzu. ‘Donkere mensen worden niet bediend.’

De schok die haar opmerking bij mij teweegbrengt, komt niet voort uit verrassing. Meerdere donkere inwoners van Pretoria hebben mij dit soort verhalen al verteld. Pretoria: de Afrikaner stad, de plek waar zwart en blank nog veel strikter gescheiden langs elkaar heen leven dan in het multiraciale Johannesburg. De schrik en verontwaardiging die zo sterk in mij opborrelt dat ik er juist door stilval, komt slechts voort uit het feit dat ik die verhalen nu voor het eerst met eigen ogen waarneem. Als een duistere theorie die in praktijk wordt gebracht. En ik ben er onderdeel van.

Om de proef op de som te nemen spreken Lirandzu en ik af de rest van de avond steeds samen te bestellen. Kijken of mijn snelle bediening misschien toch gewoon toeval was. Zo’n tien rondjes verder zijn we beiden dronken, maar ben ik blut en heeft Lirandzu niet een keer kunnen bestellen.

Het laatste wat je moet doen natuurlijk, is je avond laten verzieken door de hatelijke blikken (ik) en de denegrerende opmerkingen (Lirandzu) die je toegeworpen krijgt, eerst in de kroeg aan het plein, later in de discotheek Dropzone. Lirandzu is daar de enige niet-blanke. En dat gaat niet onopgemerkt voorbij. Dat ik deze ‘indringer’ binnen heb gesmokkeld overigens evenmin, en dat komt dus ook mij op veel scheve gezichten te staan.

Gek genoeg heb ik het met die blikken en opmerkingen een stuk moeilijker dan Lirandzu. En niet alleen omdat mijn Afrikaans beter is dan dat van haar. Voor mij is het nieuw. Voor haar is het haast normaal. Vervelend, maar al zo oud als zijzelf. Zoiets als een hinderlijk wratje, waarvoor een daadwerkelijke afspraak bij de dokter dan toch weer net te veel moeite is. Het is knap, vind ik, om je er zo weinig van aan te trekken.

Want zelf zou ik op zo’n moment graag naar de dj lopen, de stekker uit het stopcontact trekken en op een verhoging gaan staan. Ik zou tot stilte manen en vragen of iedereen alstublieft heel even tien minuten aandachtig zou willen luisteren. Ik zou zeggen dat mijn toehoorders slechts een naam hoeven te onthouden die avond, niet meer dan twee woorden: ‘John Rawls.’

Ik ben benieuwd of ook Zuid-Afrikaanse politicologiestudenten het boek A theory of justice moeten lezen, een van de interessantste politiek filosofische werken die ik tijdens mijn studie heb doorgeworsteld. Voor de aanwezigen in Dropzone zou ik de basis van Rawls’ theorie in mijn tien stille minuten uitleggen.

‘De kern van de theorie van Rawls is de sluier der onwetendheid, zou ik mijn uiteenzetting beginnen. ‘Als we willen weten wat rechtvaardigheid is, en wat de universele basisrechten en -vrijheden in elke willekeurige samenleving dienen te zijn, dan moeten wij ons hullen in deze sluier. Het is een gedachtenexperiment. Je moet je voorstellen dat je nog niet geboren bent, maar dat de bevalling aanstaande is. Je hebt echter nog geen flauw idee wat je te wachten staat. Je weet niet wie je zal zijn, of je een jongen of een meisje zal worden, of je in Nederland of Zuid-Afrika ter wereld komt, of je blank bent of donker, slim of dom, rijk of arm. Je weet helemaal niks. Voor welke mensenrechten en welke universele wetten zou je in dat geval kiezen?’

‘In die situatie van complete onwetendheid, zou je er dan voor kiezen dat blanken, in de wereld waar jij terecht zal komen, altijd eerder worden geholpen aan de bar? Zou je er een voorstander van zijn dat donkere mensen bepaalde clubs niet in mogen? En erger. Denk je dat echt?’

‘Maar natuurlijk niet. De kans dat je met een donkere huidskleur in Zuid-Afrika ter wereld komt, is immers veel groter dan dat je als je eigen blanke, bevoorrechte zelf geboren wordt. Het is daarom in je eigen onwetende belang om voor regels te kiezen die maken dat alle mensen, blanke en donkere, ook in Pretoria, precies hetzelfde worden behandeld, en als volstrekt gelijken met elkaar omgaan. Niet voor deze regels kiezen nu je na je geboorte weet dat je op de wereld bent gekomen als een rijke, blanke Afrikaner, zou niet alleen getuigen van een ongeëvenaard egoisme, maar ook van universele onrechtvaardigheid.’

Hierna zou ik de volumeknop naast de dj weer open draaien.

Het fijne van de theorie van Rawls is dat de basisgedachte ervan eigenlijk heel simpel is. Het nadeel is dat het een theorie is, een gedachte dus die door mensen zelf in praktijk moet worden gebracht.

En waar mensen handelen, wordt gefaald.

Het is jammer dat mensen deze redenering niet voor zichzelf kunnen opbouwen, dat zo veel mensen dit niet van nature aanvoelen, dat hun intuïtie hen niet vanzelf in deze richting leidt. Dat mensen niet op eigen kracht nadenken, niet hun eigen mening vormen, of toch op zijn minst proberen de dilemma’s in hun directe omgeving te doorgronden. Het is eeuwig zonde dat mensen hun mening veel liever modelleren naar die van hun buurman, naar die van hun vrienden.

Over iets succesvol in de praktijk brengen bestaat helaas geen immer toepasbare theorie.

De angst af te wijken van de norm blijft meestal groter dan de drang tot zelf nadenken, zeker onder onderdrukkende minderheden. Het zijn deze groepen die vaak eerst zelf de normen voor de samenleving hebben vastgesteld en vervolgens bang zijn dat de huidige situatie daar niet meer aan kan voldoen. Daarom schermen zij zich af, klonteren ze samen, zoals in Pretoria. Ze vinden hun identiteit terug door zich met elkaar af te zetten tegen alles wat afwijkt. Zij doen niet anders meer dan elkaars voordelen bevestigen.

Ook de (blanke) journalistiek commentator Adriaan Basson signaleert dit in een analyse in de Zuid-Afrikaanse krant Mail & Guardian deze week. Hij vraagt zich in dit artikel af hoe het toch kan dat zo veel jonge Afrikaners nog altijd ontstellend racistisch zijn.
 
‘Hendrik Verwoerd’s “us and them gedachte” leeft helaas nog steeds erg sterk onder jonge Afrikaners,’ schrijft hij. ‘En degenen die hier uit proberen te breken (en dus voor zichzelf willen nadenken) worden gezien als verraders en ANC-lakeien.’

‘Ik blijf volhouden dat een fundamenteel gebrek aan historisch bewustzijn de kern vormt van hun angst, verwarring en desillusie,’ vervolgt hij.

De drie verschillende smaken voedingsbodem voor racisme.

‘Stel je maar eens voor dat je een jonge Afrikaner bent en je eigenlijk geen idee hebt wat apartheid werkelijk was of inhield, maar toch de hele tijd moet aanhoren dat jij geen toekomst hebt in dit land omdat je blank bent.’

Volgens Basson ligt hier een belangrijke taak voor het Zuid-Afrikaanse onderwijs. Laat jonge, blanke Afrikaners beseffen hoe hun voorouders hun land hebben verpest, tot op de dag van vandaag.

Dat Lirandzu wordt weggekeken uit een club in Pretoria en niet wordt geholpen aan de bar is volgens Basson dus geen staartje van apartheid. Het is geen laatste stuiptrekking, of een verdwaalde wortel van dat verderfelijke systeem, die nog even gewied moet worden. Integendeel, het is een nieuwe reactie op de pijnlijke onwetendheid onder de Afrikaner jeugd met betrekking tot apartheid. En dus zeker niet de onwetendheid die Rawls op het oog had. Een soort tweede generatie racisme. Het is een product van de woede over iets vaags van voor hun tijd waar Afrikaner jongeren voor hun gevoel onterecht de schuld van krijgen. Het maakt hun racisme bijkans nog gevaarlijker. Oude fouten creeren soms jaren na dato nog altijd nieuwe problemen.

Hoe moeilijk en naar ook, de herinnering aan apartheid moet levendig worden gehouden. Zonder overigens de schuld meteen door te schuiven op de jongere generatie. Een generatie die op zijn beurt natuurlijk ook zelf weer moet bewijzen dat dit onrechtvaardig zou zijn. Laat iedereen nu maar eens beginnen zich af en toe, in een onbewaakt ogenblik, voor korte tijd te hullen in de sluier der onwetendheid, om na te denken over zijn eigen, vroegere fouten, en over wat nou eigenlijk echt rechtvaardig is. Want zij die het verleden vergeten, zijn gedoemd het te herhalen.

Plaats een reactie

Sorry, je moet ingelogged zijn om een reactie te plaatsen



Nu in Afrika:


Jojanneke Nieuwnhuis, COTA, Windhoek, Namibië


Merel Meessen, SAPA, Johannesburg Zuid-Afrika

Imke van Hoorn, Mail & Guardian online, Johannesburg Zuid-Afrika

Bram Lammers, The Times, Johannesburg, Zuid-Afrika

Marianne Lamers, Freelance, Johannesburg, Zuid-Afrika


Babeth Knol, Media Monitoring Project, Johannesburg, Zuid-Afrika



Niels Posthumus, The Star, Johannesburg, Zuid-Afrika



Rianne Spit, SAMGI, Kaapstad, Zuid-Afrika



Jorrit Dijkstra, Big Issue, Kaapstad, Zuid-Afrika




Powered by XOOPS 2.0 © 2001-2006
Home | Disclaimer