Het K-woord
(maart 2008)Â
Columnist Jon Qwelane noemde een collega van radio 702 onlangs het K-woord. Hij deed dat tijdens het omstreden Forum voor Zwarte Journalisten (FBJ). Over dat forum is nogal wat te doen hierzo, omdat veel blanke journalisten, maar ook die met een kleurtje, vinden dat het uitsluiten van witten (Indiërs en colords mochten wel komen) op het FBJ racisme is.
Naar aanleiding van de hele discussie over het al dan niet racistische forum hield de mensenrechtencommissie een discussie waarop de heer Qwelane zei dat hij zich niet zou verontschuldigen voor het vergelijken van zijn collega met een K********.
Nee, meneer noemde zijn kleurgenoot geen kaffer. Hij noemde hem, misschien nog wel erger, een Kokosnoot. Een kokosnoot is van buiten bruin, maar van binnen wit. Arthur Japin gaf er een wat mooiere term aan, maar het komt op hetzelfde neer. In principe is een kokosnoot dus een verrader van zijn kleur.
De hele kokosnoot-sage schetst duidelijk hoe Zuid-Afrika in kleur denkt. Of, zoals ze het hier zeggen, in ras. Hoewel ook dat het niet helemaal het goede woord is, aangezien verschillende bevolkingsgroepen van hetzelfde ‘ras’ elkaar ook om de haverklap in de haren vliegen. De meeste Zuid-Afrikanen, net als de rest van de wereld trouwens, denken in Wij en Zij.
Zoals bijvoorbeeld tijdens een botsing vanochtend tussen Xhosa-sprekers en Tswana-sprekers in Rustenburg. De overheid bouwt huizen voor de miljoenen mensen die geen stenen muren hebben. Ookwel bekend als de achtertuinhangers. Zodra die huizen gebouwd zijn, trekken achtertuinhangers erin, maar dat zijn vaak niet de achtertuinhangers voor wie het huis bedoeld was. Dus dan stormen de hangers die er wel in hadden gemoeten binnen, en ontstaat er ruzie. En doordat het Xhosa’s versus Tswana’s zijn, is het een etnische botsing. Wij hebben er recht op, Zij niet.
Even terug naar de kokosnoot. Het feit dat dat wordt gezien als een scheldwoord, zegt alles. Het zou mij werkelijk een boerewors wezen, zou iemand mij een wigger noemen (white nigger). Wat kan mij het schelen of mensen me zwart, wit, geel, mokka, gekleurd, whatever vinden. Maar hier maakt dat uit.
Je bent wit, dus je hoort bij de witten. Je ben niet zoals de zwarten, niet zoals de gelen, ook niet zoals de gekleurden, en andersom. En je verraadt je kleur niet, zeker niet als zwarte zijnde, want zwarten zijn (in ieder geval in hun hoofd) nog steeds verwikkeld in de Struggle.
Wij Zwarte Journalisten moeten een forum vormen. Waarom? Hoezo waarom? We zijn toch zwart?!
Voordat ik het idee schets dat alle zwarten zich aanstellen, moet ik even nuanceren dat heel erg veel zwarte Zuid-Afrikanen in uitzichtloze armoede leven. En natuurlijk moeten die voor zichzelf opkomen, en moeten andere mensen voor hun opkomen.
Maar het de hele state of mind, waar bijna iedereen in Zuid-Afrika in vast lijkt te zitten, van: ‘Ik hoor hierbij en niet daarbij en ik moet opkomen voor mijn groep want Wij worden het ergste benadeeld’, is Zuid-Afrika’s doem.
Want iedereen hier wordt wel op een bepaalde manier benadeeld. Blanken kunnen geen baan vinden vanwege de Black Economic Empowerment, zwarten leven in golfplaten hutjes zonder geld en zonder scholing, Chinezen (ja die zijn hier ook) vallen totaal buiten alle regelingen en worden enorm gewantrouwd en gehaat, Colords en Indiers vallen een beetje tussen wal en schip en ook zij geven banen weg aan zwarten, vluchtelingen uit de rest van Afrika hebben al helemaal geen rechten en vrezen inmiddels voor hun leven, etc etc.
Iedereen is dus boos op elkaar en heeft het gevoel dat ze nog steeds aan het Strugglen zijn. En wat doe je in een strijd tegen ongelijkheid: je zoekt je eigen groep op om een sterker front te vormen tegen Zij. En je gaat vooral niet zeggen dat dat racisme is, want dan ben je een banaan (voor Indiërs). Of een kokosnoot.


Merel Meessen, SAPA, Johannesburg Zuid-Afrika
Imke van Hoorn, Mail & Guardian online, Johannesburg Zuid-Afrika
Bram Lammers, The Times, Johannesburg, Zuid-Afrika
Marianne Lamers, Freelance, Johannesburg, Zuid-Afrika
