Over leven in Zuid-Afrika
âFuck you kafferâ, mompelt Jono terwijl hij zn bakkie uit de parkeerplek draait. Naast het raam staat een zwarte jongen in een geel hesje. Het is een van vele onofficiele parkeerwachters die âs avonds rondhangen in het centrum van Kaapstad en âop de autos lettenâ. Bij het weggaan willen ze geld, hoewel er van daadwerkelijk opletten vaak geen sprake is. Josh, Jonoâs vriend, lacht en vult aan. âMove kaffer, or Iâll fucking kill you. Drive him over Jonoâ Ik brom afkeurend. We spreken je over vijf maanden wel, zeggen de jongens.
Josh en Jono zijn geen racisten. Jono heeft vrienden van alle kleuren en diezelfde avond vertelt Josh vol bewondering over de hunting skills van de Khoi-San â de oorspronkelijke bevolking van Zuid-Afrika. Als aan iemand het land had moeten worden teruggegeven, dan was het aan hun, vindt hij.
âIedereen haat elkaar in dit landâ, legt Jono later uit. âHet is geen raciaal iets, het is iets cultureels. Zuluâs en Xhosaâs haten elkaar, Bitten en Boeren haten elkaar, Tswanaâs haten Colords, Colords haten iedereen, Indiers en zwarten haten elkaar, etc. En iedere bevolkingsgroep haat zân eigen bevolkingsgroep het meest, want ze weten hoe die is.â
âEr werd een keer ingebroken in het huis van de burenâ, vervolgt hij. âZwarte agenten pakten de zwarte inbreker op. Ze sleurden hem het huis uit, sloegen hem vier keer in zân gezicht, smeten hem op de grond, trapten hem een aantal keer in zân gezicht en vroegen toen wat hij daar deed. âIk had hongerâ, zei de jongen. De agenten sloegen zijn hoofd een paar keer tegen de straat en gooiden hem toen in de auto.â
Jonoâs vader werd in de garage belaagd toen Jono jong was. De overvallers wilden de autosleutels. Zân vader zei dat hij ze niet had en de mannen schoten hem in zân been, een schampschot. Jonoâs vader zei naar binnen te gaan om de sleutels te halen. De mannen volgden, maar de hele familie was binnen. Dus de vader rende naar binnen, smeet de huissleutels de kamer in en rende terug. De overvallers namen hem 30 km mee de stad uit in de auto, waar Jonoâs vader hen ervan kon overtuigen hem heelhuids langs de kant van de weg achter te laten.
Jono zelf heeft ook het een en ander meegemaakt. âIk ben nog maar twintig en ik ben al zeven keer beroofd! Waarvan een keer met een pistool. En ze nemen niet alleen je geld en gaan weg. Ze hebben honger, moeten hun familie eten geven, en dan zien ze een jongen voorbij lopen met een mobiele telefoon, een goed shirt, goede schoenen en ze denken: Fuck het. Ze zetten een mes op je keel en ze willen je telefoon. Je geld. Ook je schoenen. En je riem. En ook je shirt. En je broek. En als je dan aangifte wil doen, zegt de politie: âSorry, maar we hebben vanacht dertig moorden, veertig inbraken, twintig verkrachtingenâ. De jongens worden niet gepakt.â
âEn als er word in gebroken, binden ze je niet vast en nemen je tv. Ze binden je vast, martelen je 45 minuten, snijden je vingers af en nemen je tv. Jullie lezen dat soort dingen in de krant en denken: jeetje wat erg. Hier gebeurt het de moeder van je vriend. That stuff fucks you up.â
Hoe ga je ermee om? âJe lult een hoop oppervlakkige bullshit. En je drinkt veel.â En hoe ben je niet bang op straat? âHet is deels ontkenning, deels oplettendheid, deels acceptatie.â
âMensen buiten Zuid-Afrika weten allemaal hoe het zit. Toen ik in Canada was, vertelde iedere derde persoon me hoe mân land in elkaar zit. En als ik dan zei, nee zo zit het niet, dan was het van: nee, maar jij bent bevooroordeeld, dus jij weet dat niet. In Zuid-Afrika geldt een hele andere set van moralen. Het is een hele andere wereld.â
Waarom verhuis je niet? âIk hou van Zuid-Afrika.â Wat aan Zuid-Afrika? âAllesâŠâ


Merel Meessen, SAPA, Johannesburg Zuid-Afrika
Imke van Hoorn, Mail & Guardian online, Johannesburg Zuid-Afrika
Bram Lammers, The Times, Johannesburg, Zuid-Afrika
Marianne Lamers, Freelance, Johannesburg, Zuid-Afrika
